Herhaling Herhaal eerst de klank van vorige week. Herkent iedereen hem nog? Speel de tijdlijn samen door van links naar rechts. Instrumenten Zouden we het gevoel ook op een instrument kunnen maken? Welk instrument zou passen bij een druk, vrolijk park vol mensen? Laat een kind een instrument kiezen. Probeer je blije klank op een instrument. Klinkt hij op de hoge xylofoon anders dan met je stem? Probeer twee instrumenten en kies er één. Kunnen jullie de klank verder uitbreiden? Bijvoorbeeld: een herhaling: dezelfde klank twee keer snel achter elkaar (tik-tik!)twee klanken die stijgen: laag dan hoogeen klank die steeds sneller wordt, als rennende voetjes Oefen de nieuwe versie en laat hem horen. Klinkt hij nu nog blijer? Beeldtijdlijn Hang de tijdlijn van vorige week zichtbaar op. Wijs kaart 1 aan: dit was onze klank van vorige week. Vandaag hebben we iets toegevoegd. Vraag de groep: wat was er nieuw? Wacht op antwoorden — een herhaling, stijgende klanken, sneller worden. Schrijf of teken dat samen op een nieuwe kaart. Gebruik hetzelfde soort symbolen als vorige week: een herhaling → hetzelfde symbool twee keer naast elkaar ✦✦stijgende klanken → een lijn die naar rechtsboven gaat ↗sneller worden → sterretjes die kleiner worden ✦✦✦··· Leg de nieuwe kaart rechts naast kaart 1 op de tijdlijn. Wijs nu van links naar rechts de kaarten aan en speel mee: kaart 1 — kaart 2. Doe dit met energie en laat de kinderen écht spelen terwijl jij aanwijst.
Toon Music in the Tuileries van Édouard Manet. Wat zie je? Zijn er veel of weinig mensen? Wat doen ze? Kijk eens goed — zie je ook kinderen? Hoe voelen de mensen op dit schilderij zich denk je? Zou jij hier ook willen zijn? Ik heb muziek meegebracht die bij dit park past. Luister maar — misschien hoor je iets wat lijkt op wat je ziet. Speel Tuileries (gehele stuk, circa 1 minuut 15). Vraag daarna: Hoe voelde die muziek?Was het snel of langzaam?Hoorde je een stukje dat steeds terugkwam — als een pesterijtje?Voelde de muziek blij, boos of verdrietig? Luister nog een keer. Steek je hand op als je het terugkerende stukje herkent — het "nyah-nyah" motief. Houd je hand omhoog zolang je het hoort. Luister- en kijkvragen bij herhaling: Over het schilderij: Wat zie je vandaag wat je vorige keer niet zag?Kijk eens naar de kleuren — zijn het felle of gedempte kleuren?Wat doen de kinderen op het schilderij? Spelen ze rustig of zijn ze druk? Over de muziek: Hoor je dat de muziek een begin heeft, een stuk in het midden dat anders klinkt, en dan terugkomt? Dat heet ABA — begin, midden, begin. Wijs aan: A — B — A.Is het A-gedeelte of het B-gedeelte blijer? Waarom denk je dat?Laat de leerlingen bewegen op de muziek: vrij bewegen tijdens A, rustig staan tijdens B, dan weer bewegen tijdens A.
Hoe klinkt blij? Bedenk een blije klank met je stem — geen schreeuwen, maar een klank die blij voelt. Probeer hem eerst voor jezelf. Wie durft hem aan de groep te laten horen? Is jouw blije klank hoog of laag? Snel of langzaam? Probeer hem eens op de andere manier. Kies samen een symbool dat past: een ster ✦ voor hoog en licht, een zigzag zig voor snel en springerig, een pijl omhoog ↑ voor een klank die stijgt. Leg de kaart als eerste op de tijdlijn. Maak samen een patroon van klanken, bijvoorbeeld 'HA HA HA Joepie!'
Vandaag voeren we het hele stukje uit van begin tot eind. Toon de complete beeldtijdlijn. Lees hem samen voor van links naar rechts. Voer het klankstukje dan één keer uit met de tijdlijn als gids: begin — midden — einde. Is er een duidelijk begin en een duidelijk einde? Eindig met een laatste lange klank die helemaal wegsterft tot absolute stilte — net als Mussorgsky. Oefen als groep: iedereen tegelijk, op het teken van de leerkracht. Laat daarna een leerling luisteren: klinkt het stuk al verdrietig? Wat maakt het verdrietig?
Toon Übbergen Castle van Aelbert Cuyp. Wat zie je? Kijk eens naar de lucht — wat voor weer is het? Is het druk of rustig op dit schilderij? Zou jij hier graag zijn? Hoe zou het voelen als jij helemaal alleen bij dat kasteel stond? Ik heb muziek meegebracht die bij dit kasteel past. Een troubadour — een soort zwervende zanger — staat buiten het kasteel en zingt een lied. Luister maar. Kan jij horen hoe de troubadour zich voelt? Speel Il Vecchio Castello (eerste minuut). Vraag daarna: Hoe voelde die muziek?Was het snel of langzaam?Was het hard of zacht?Voelde de muziek blij, boos of eerder verdrietig? Weten jullie nog de gids, van vorige week. Laten we eens horen wat zij te vertellen heeft. Speel 'Het oude kasteel' uit de playlist van de mooiste verhalen van de klassieke muziek. Luister- en kijkvragen bij herhaling: Over het schilderij: Wat zie je vandaag wat je vorige keer niet zag?Kijk eens naar de kleuren — zijn het felle of juist gedempte kleuren? Wat doet dat met je gevoel?Zou er iemand wonen in dit kasteel? Hoe zou die persoon zich voelen? Over de muziek: Hoor je een instrument dat een lang, zingend geluid maakt? Dat is de saxofoon — die zingt het lied van de troubadour.Luister naar de lage instrumenten daaronder. Hoe klinken die? Zwaar of licht? Laat de leerlingen meebewegen: wijs aan als de muziek zachter wordt, en als hij iets voller klinkt.
Laat de leerlingen hun ogen dicht doen en goed luisteren. Waar zijn ze? Ze mogen het pas zeggen als de muziek gestopt is. Speel 'De Schilderijententoonstelling: Promenade I', hang evt ondertussen de schilderijen uit de bronnen (of andere op) en verander het klaslokaal in een museum!