Hoe staat een leeuw? En een pinguin? Hoe staat een aap?Zing het eerste couplet van 'De Dierentuin' de leerlingen lopen op de puls door de dierentuin. Als ze een dier horen staan ze stil als dat dier, daarna lopen ze weer verder.
Deel de dierenkaartjes uit. Laat de leerlingen hun kaartje opsteken als 'hun' dier aan de beurt is. Ben je geweest? Dan mag je meeklappen op 1, 2, 3.Ik kom graag in de dierentuin waar ik iedereen ken.De leeuw die brult zo hard hij kan omdat ik er weer ben.De pinguins klappen, 1, 2, 3,De aap is blij dat ik hem zie.Ik ben zo vrolijk het is fijn,Als ik in de dierentuin mag zijn!Ik kom graag in de dierentuin waar ik iedereen ken.De tijger gromt zo hard hij kan, omdat ik er weer ben.De zebra's klappen, 1, 2, 3.De slang is blij dat ik hem zie.Ik ben zo vrolijk, het is fijn,Als ik in de dierentuin mag zijn!Ik kom graag in de dierentuin waar ik iedereen ken.De beer bromt zo hard hij kan, omdat ik er weer ben.De vlinders klappen, 1, 2, 3.De giraf is blij dat ik hem zie.Ik ben zo vrolijk, het is fijn,Als ik in de dierentuin mag zijn!
Groep 1-2
Ik kan een lied herkennen aan de hand van het ritme.
Ik kan uitleggen wat het verschil tussen de beat en het ritme is.
Zing het lied, leerlingen mogen 'meelopen' met hun handen op hun knieën en proberen mee te zingen.Zing het lied afwisselend hard en zacht, daag de leerlingen uit hun 'zangstem' te blijven gebruiken.