Cookies
We zijn benieuwd welke lessen populair zijn. Daarom meten we met Google Analytics welke pagina's, lessen en downloads het meest gebruikt worden. Dat doen we alleen als je akkoord geeft.
Je keuze heeft geen invloed op de werking van de site en je kunt dit later altijd aanpassen.

Log in om cursussen te maken of te bewerken.
Leerdoelen
Ik doe actief mee aan muziekactiviteiten.
Werk per les aan de flow en kies activiteiten uit de zijbalk.
Deze les in het kort
Spel·Ik kan in de kring gaan zitten zonder anderen te storen.
Spel·Ik kan mijn klasgenoten welkom heten met een lied en bewegingen.
Opening·Ik kan 'Hallo, hallo, hallo' meezingen terwijl ik op de puls tik.
Spel·Ik kan bij 'Kijk omhoog en kijk omlaag' op het juiste moment zingen of juist stil zijn.
Introductie·Ik kan op het juiste moment een geluid imiteren met mijn stem.
Aanleren·Ik kan "'k Kom voor u iets zingen" meezingen met de klas terwijl ik de gebaren uitvoer.
Spel·Ik kan laten horen hoeveel vingers (of stippen) ik zie.
Afsluiting
Aanbevolen op basis van thema of opening/afsluiting en leeftijdsgroep.
'k Heb een lichtje in mijn hand
Sint Maarten, Lichtfeesten
Langs de deuren
Spel
1. In elke hoepel staat een kind: de bewoner van dat huis. Zing Ik kom voor u iets zingen en loop voorop; de klas loopt als lampionnenoptocht achter je aan op de beat. 2. Bij ''k Zing mijn lied en ik bel aan' staat de optocht stil bij een deur en belt aan. De bewoner laat met zijn vingers zien hoeveel snoepjes de groep krijgt. 3. De groep tikt dat aantal op de beat op de knieën en telt hardop mee: 1, 2, 3 ... 4. Bij 'daarna moet ik verder gaan' loopt de optocht naar de volgende deur. De bewoner sluit achteraan aan en een kind uit de optocht wordt de nieuwe bewoner.
De nacht leek heel gewoon
Kerst, Lichtfeesten
De nacht leek heel gewoon - Wat verandert er?
Luistervraag
1. Overgang: na Stil nu blijft iedereen zitten. De kinderen gaan liggen of leggen hun hoofd op hun knieën: het is een heel gewone nacht en iedereen slaapt. 2. Luistervraag, vóór je het lied laat horen: Het is een heel gewone nacht... maar dan verandert er iets. Luister maar: wat gebeurt er? 3. Zing het eerste couplet of laat de opname horen. Vraag daarna: Wat hoorde de zanger in de nacht? (Een mooie engelenstem.) En waar zong die engel over? (Over een kind in Bethlehem.) 4. Nog een keer: de kinderen slapen. Bij de engelenstem worden ze langzaam wakker en bewegen ze zelf als een engel op de muziek, op hun eigen manier. Aan het eind van het couplet gaan ze weer zitten.
Ik kom voor u iets zingen
Herfst, Sint Maarten, Lichtfeesten
Ik kom voor u iets zingen - spel
Spel
Zing samen het lied en doe de bewegingen (zie aanleren). Een leerling is lampionnendrager en loopt met twee claves of ritmestokjes door de klas. Aan het eind belt zij bij iemand aan. Die laat met zijn vingers of dobbelsteen zien hoeveel snoepjes hij wil geven. De lampionnendrager laat horen hoeveel snoepjes in haar bakje vallen door dat aantal met de ritmestokjes te tikken (op de beat). De rest van de klas tikt tegelijk mee op de knieën.
Ik kom voor u iets zingen
Aanleren
Herhaal het spel bij de introductie. Geef bij elke ronde een opdracht of luistervraag: Tik 3x op je knieën bij Sintemaartenfeest. Zwaai bij En dan moet ik (verder) gaan.Welk ander stukje hoor je twee keer?Je hoorde 'k Zing mijn lied en ik bel aan twee keer. Welke gebaren passen daarbij? Spreek samen gebaren af en doe ze in de volgende ronde.Jullie zingen 'k Zing mijn lied en ik bel aan zelf.Welk gebaar past bij Feest van licht en lampionnen en Sintemaarten is begonnen?Kunnen jullie Sintemaartenfeest ook al zingen?Zing zoveel mogelijk mee.Kunnen jullie het lied al zelf?
Deurbel
Introductie
Wie heeft er thuis een deurbel? Bel bij verschillende kinderen aan en laat ze deurbel geluiden maken. Zing het lied en bel aan het eind aan bij een kind. Ik kom voor u iets zingen,‘t Is Sintemaartenfeest.Een vrolijk liedje zingen,Op Sintemaartensfeest. Feest van Lichtjes, lampionnen,Sintemaarten is begonnen.‘K Zing mijn lied en ik bel aan.Daarna zal ik verder gaan.‘K Zing mijn lied en ik bel aan.Daarna zal ik gaan.
Langs de deuren
Spel
1. In elke hoepel staat een kind: de bewoner van dat huis. Zing Ik kom voor u iets zingen en loop voorop; de klas loopt als lampionnenoptocht achter je aan op de beat. 2. Bij ''k Zing mijn lied en ik bel aan' staat de optocht stil bij een deur en belt aan. De bewoner laat met zijn vingers zien hoeveel snoepjes de groep krijgt. 3. De groep tikt dat aantal op de beat op de knieën en telt hardop mee: 1, 2, 3 ... 4. Bij 'daarna moet ik verder gaan' loopt de optocht naar de volgende deur. De bewoner sluit achteraan aan en een kind uit de optocht wordt de nieuwe bewoner.
Ik kom voor u iets zingen - Klapspel
Aanleren
1. Toneelstukje, zonder uitleg: loop met een (denkbeeldige) lampion naar de deur. Bel aan met de bel of triangel. De groepsleerkracht doet open en jij zingt Ik kom voor u iets zingen. Je krijgt een snoepje, bedankt en zwaait. 2. Zing het lied nog een keer en doe de eerste beweging voor: een boog met je hand bij 'zingen'. Vraag daarna: Wat doe ik bij 'zingen'? De volgende ronde doen de kinderen mee. 3. Bouw zo het klapspel op. Steeds eerst voordoen en vragen 'Wat doe ik bij ...?', de ronde daarna doen de kinderen mee: bij 'feest' 3 high tens met je buur; bij 'lichtjes, lampionnen' en 'begonnen' klap, high five rechts, klap, high five links; bij 'bel aan' aanbellen; bij 'verder gaan' een rondje lopen en zwaaien. 4. Slotronde: het hele klapspel in tweetallen in de kring. Klapspel: Ik kom voor u iets zingen (boog met hand) / Voor 't Sintemaartens feest (3 high tens) / Kom een vrolijk liedje zingen (boog met hand) / op Sinte Maartenfeest (3 high tens) / Feest van lichtjes, lampionnen (klap, high five rechts, klap, high five links) / Sinte Maarten is begonnen! (idem) / 'k Zing mijn lied en ik bel aan (boog met hand, aanbellen) / daarna moet ik verder gaan (rondje lopen, zwaaien) / 'k Zing mijn lied en ik bel aan (boog met hand, aanbellen) / daarna moet ik gaan! (rondje lopen, zwaaien)
Stil nu!
Kerst, Lichtfeesten
Stil nu! - Sluipen en stilstaan
Spel
1. Het licht gaat uit. Zing heel zacht Stil nu! en leg bij 'maak nu geen gerucht' een vinger op je mond. Het kerstkind slaapt: we mogen niemand wakker maken. 2. Zing het lied opnieuw. De kinderen sluipen op hun tenen op de beat door het lokaal, zonder geluid. Ze kiezen zelf hoe ze sluipen: heel klein, gebukt of op hun tenen. 3. Stop af en toe onverwacht met zingen: iedereen staat meteen stil als een standbeeld. Zing je verder, dan sluipen ze verder. 4. Laatste keer: na 'maak nu geen gerucht!' sluipt iedereen terug naar zijn plek in de kring en gaat zitten.
Spel·Ik kan tellen hoeveel tikken we doen.
1. In elke hoepel staat een kind: de bewoner van dat huis. Zing Ik kom voor u iets zingen en loop voorop; de klas loopt als lampionnenoptocht achter je aan op de beat. 2. Bij ''k Zing mijn lied en ik bel aan' staat de optocht stil bij een deur en belt aan. De bewoner laat met zijn vingers zien hoeveel snoepjes de groep krijgt. 3. De groep tikt dat aantal op de beat op de knieën en telt hardop mee: 1, 2, 3 ... 4. Bij 'daarna moet ik verder gaan' loopt de optocht naar de volgende deur. De bewoner sluit achteraan aan en een kind uit de optocht wordt de nieuwe bewoner.
Luistervraag·Ik kan vertellen wat er gebeurt in een liedje.
1. Overgang: na Stil nu blijft iedereen zitten. De kinderen gaan liggen of leggen hun hoofd op hun knieën: het is een heel gewone nacht en iedereen slaapt. 2. Luistervraag, vóór je het lied laat horen: Het is een heel gewone nacht... maar dan verandert er iets. Luister maar: wat gebeurt er? 3. Zing het eerste couplet of laat de opname horen. Vraag daarna: Wat hoorde de zanger in de nacht? (Een mooie engelenstem.) En waar zong die engel over? (Over een kind in Bethlehem.) 4. Nog een keer: de kinderen slapen. Bij de engelenstem worden ze langzaam wakker en bewegen ze zelf als een engel op de muziek, op hun eigen manier. Aan het eind van het couplet gaan ze weer zitten.
Spel·Ik kan laten horen hoeveel vingers (of stippen) ik zie.
Zing samen het lied en doe de bewegingen (zie aanleren). Een leerling is lampionnendrager en loopt met twee claves of ritmestokjes door de klas. Aan het eind belt zij bij iemand aan. Die laat met zijn vingers of dobbelsteen zien hoeveel snoepjes hij wil geven. De lampionnendrager laat horen hoeveel snoepjes in haar bakje vallen door dat aantal met de ritmestokjes te tikken (op de beat). De rest van de klas tikt tegelijk mee op de knieën.
Aanleren·Ik kan "'k Kom voor u iets zingen" meezingen met de klas terwijl ik de gebaren uitvoer.
Herhaal het spel bij de introductie. Geef bij elke ronde een opdracht of luistervraag: Tik 3x op je knieën bij Sintemaartenfeest. Zwaai bij En dan moet ik (verder) gaan.Welk ander stukje hoor je twee keer?Je hoorde 'k Zing mijn lied en ik bel aan twee keer. Welke gebaren passen daarbij? Spreek samen gebaren af en doe ze in de volgende ronde.Jullie zingen 'k Zing mijn lied en ik bel aan zelf.Welk gebaar past bij Feest van licht en lampionnen en Sintemaarten is begonnen?Kunnen jullie Sintemaartenfeest ook al zingen?Zing zoveel mogelijk mee.Kunnen jullie het lied al zelf?
Introductie·Ik kan op het juiste moment een geluid imiteren met mijn stem.
Wie heeft er thuis een deurbel? Bel bij verschillende kinderen aan en laat ze deurbel geluiden maken. Zing het lied en bel aan het eind aan bij een kind. Ik kom voor u iets zingen,‘t Is Sintemaartenfeest.Een vrolijk liedje zingen,Op Sintemaartensfeest. Feest van Lichtjes, lampionnen,Sintemaarten is begonnen.‘K Zing mijn lied en ik bel aan.Daarna zal ik verder gaan.‘K Zing mijn lied en ik bel aan.Daarna zal ik gaan.
Spel·Ik kan tellen hoeveel tikken we doen.
1. In elke hoepel staat een kind: de bewoner van dat huis. Zing Ik kom voor u iets zingen en loop voorop; de klas loopt als lampionnenoptocht achter je aan op de beat. 2. Bij ''k Zing mijn lied en ik bel aan' staat de optocht stil bij een deur en belt aan. De bewoner laat met zijn vingers zien hoeveel snoepjes de groep krijgt. 3. De groep tikt dat aantal op de beat op de knieën en telt hardop mee: 1, 2, 3 ... 4. Bij 'daarna moet ik verder gaan' loopt de optocht naar de volgende deur. De bewoner sluit achteraan aan en een kind uit de optocht wordt de nieuwe bewoner.
Aanleren·Ik kan een woord in een lied herkennen en er de juiste beweging bij maken.
1. Toneelstukje, zonder uitleg: loop met een (denkbeeldige) lampion naar de deur. Bel aan met de bel of triangel. De groepsleerkracht doet open en jij zingt Ik kom voor u iets zingen. Je krijgt een snoepje, bedankt en zwaait. 2. Zing het lied nog een keer en doe de eerste beweging voor: een boog met je hand bij 'zingen'. Vraag daarna: Wat doe ik bij 'zingen'? De volgende ronde doen de kinderen mee. 3. Bouw zo het klapspel op. Steeds eerst voordoen en vragen 'Wat doe ik bij ...?', de ronde daarna doen de kinderen mee: bij 'feest' 3 high tens met je buur; bij 'lichtjes, lampionnen' en 'begonnen' klap, high five rechts, klap, high five links; bij 'bel aan' aanbellen; bij 'verder gaan' een rondje lopen en zwaaien. 4. Slotronde: het hele klapspel in tweetallen in de kring. Klapspel: Ik kom voor u iets zingen (boog met hand) / Voor 't Sintemaartens feest (3 high tens) / Kom een vrolijk liedje zingen (boog met hand) / op Sinte Maartenfeest (3 high tens) / Feest van lichtjes, lampionnen (klap, high five rechts, klap, high five links) / Sinte Maarten is begonnen! (idem) / 'k Zing mijn lied en ik bel aan (boog met hand, aanbellen) / daarna moet ik verder gaan (rondje lopen, zwaaien) / 'k Zing mijn lied en ik bel aan (boog met hand, aanbellen) / daarna moet ik gaan! (rondje lopen, zwaaien)
Spel·Ik kan zacht bewegen en meteen stilstaan als de muziek stopt.
1. Het licht gaat uit. Zing heel zacht Stil nu! en leg bij 'maak nu geen gerucht' een vinger op je mond. Het kerstkind slaapt: we mogen niemand wakker maken. 2. Zing het lied opnieuw. De kinderen sluipen op hun tenen op de beat door het lokaal, zonder geluid. Ze kiezen zelf hoe ze sluipen: heel klein, gebukt of op hun tenen. 3. Stop af en toe onverwacht met zingen: iedereen staat meteen stil als een standbeeld. Zing je verder, dan sluipen ze verder. 4. Laatste keer: na 'maak nu geen gerucht!' sluipt iedereen terug naar zijn plek in de kring en gaat zitten.