Cookies
We zijn benieuwd welke lessen populair zijn. Daarom meten we met Google Analytics welke pagina's, lessen en downloads het meest gebruikt worden. Dat doen we alleen als je akkoord geeft.
Je keuze heeft geen invloed op de werking van de site en je kunt dit later altijd aanpassen.

Log in om cursussen te maken of te bewerken.
Leerdoelen
Ik kan in twee- of drietallen een muziekstuk maken en presenteren.
Bouwstenen
Ta & Tadi
Kwartnoten en achtsten
Werk per les aan de flow en kies activiteiten uit de zijbalk.
Deze les in het kort
Spel·Ik kan het juiste geluid maken op teken van de dirigent.
Spel·Ik kan een lied herkennen aan het ritme.
Spel·Ik kan Hee Daar! zingen en het spel spelen.
Luistervraag·Ik kan Bim Bam zingen en de bewegingen uitvoeren.
Spel·Ik kan in tweetallen Omochio spreken en het spel spelen.
Spel·Ik kan een ritme en de beat tegelijkertijd uitvoeren.
Opening
Uitvoeren·Ik kan laten zien wat ik thuis geoefend heb.
Aanbevolen op basis van thema of opening/afsluiting en leeftijdsgroep.
Bim Bam
AMV
Bim Bam Spel
Spel
Zing het lied met de bewegingen. Laat telkens een woord weg, dat zing je in je hoofd, tot je alleen het ritme speelt.
Bim Bam - Echo
Aanleren
Leer het lied zin voor zin aan met de echotechniek, zonder gebaren.
Bim Bam
Luistervraag
Vertel: Elke keer als je 'Bim' hoort, klap je in je vingers. Zing het lied: Bim bum bim bum, biddy biddy bum,Biddy bum, biddy biddy bum, bim bum. (2x) Bij 'Bam' knip je met je vingers. Herhaal het liedBij 'Biddy' tik je omstebeurt op je benen. Herhaal het lied.
Beat of ritme?
Reflectie
Speel Biddy Bam nog een keer terwijl je in je hoofd zingt. Vraag de leerlingen te luisteren. Horen ze de beat of het ritme? (ritme) Hoe horen ze dat? (Het zijn korte en lange klanken)
Noteer samen het ritme in stoknotatie
Introductie
De leerlingen krijgen per tweetal een wisbordje met daarop vier horizontale strepen (beats)Als je een klank hoort schrijf je een streep, bij twee twee strepen verbonden met een dakje.De docent voert het ritme uit terwijl ze de maat stampt. De leerlingen noteren per beat of er een of twee klanken klinken.Bekijk wat de leerlingen hebben opgeschreven, voer de ritmes uit in ritmetaal. Kloppen ze?
Pony Macaroni
AMV, Dieren, Boerderij
Paardengeluiden
Introductie
Maak allerlei paardengeluiden: briesen (lip tril), snuiven, hinniken. Nodig leerlingen woordeloos uit om mee te doen.Laat je handen als een paard stappen, terwijl je briest. Af en toe springt het paard omhoog, laat je stem in een glissando (tijdens de bries) meebewegen.Vertel: Ik ken een lied over een Pony, met een hele gekke naam. Moet je eens horen: I have a little pony,His name is Macaroni,He trots and trots and then he STOPS!Macaroni Pony!
I have a little pony!
Luistervraag
Bespreek. Hoe bewegen Ponys? (Ze stappen, draven, galopperen, soms staan ze stil). Laat een leerling telkens voordoen hoe stappen, draven, galopperen en stil staan er uit ziet. Onderzoek: Kan je stappen met je vingers? Draven? Galopperen? Stil staan? Tik evt mee op de trommel.Als je goed luistert, hoor je de pony op verschillende manieren bewegen in het lied. Laat maar zien met je vingers.Zing het lied en bespreek de bewegingen ('stappen' in het eerste gedeelte, 'stil staan' bij 'stops', 'draven' bij de laatste zin)Hoe hoor je dat de stap verandert? (De muziek stopt, het tempo verandert, de beat gaat sneller)
Ritme en Beat
Spel
Klap samen met de klas het ritme van (een deel van een) lied, terwijl ze het in hun hoofd zingen.Verdeel de klas in twee groepen. Een groep stampt de beat, de andere klapt het ritme. Wissel om.Laat nu alle leerlingen de beat stampen terwijl ze het ritme klappen.
Spel·Ik kan een ritme en de beat tegelijkertijd uitvoeren.
Klap samen met de klas het ritme van (een deel van een) lied, terwijl ze het in hun hoofd zingen.Verdeel de klas in twee groepen. Een groep stampt de beat, de andere klapt het ritme. Wissel om.Laat nu alle leerlingen de beat stampen terwijl ze het ritme klappen.
Introductie·Ik kan het ritme van een lied opschrijven in stoknotatie.
De leerlingen krijgen per tweetal een wisbordje met daarop vier horizontale strepen (beats)Als je een klank hoort schrijf je een streep, bij twee twee strepen verbonden met een dakje.De docent voert het ritme uit terwijl ze de maat stampt. De leerlingen noteren per beat of er een of twee klanken klinken.Bekijk wat de leerlingen hebben opgeschreven, voer de ritmes uit in ritmetaal. Kloppen ze?
Spel·Ik kan Bim Bam zingen en het spel spelen
Zing het lied met de bewegingen. Laat telkens een woord weg, dat zing je in je hoofd, tot je alleen het ritme speelt.
Aanleren·Ik kan 'Bim Bam' zingen.
Leer het lied zin voor zin aan met de echotechniek, zonder gebaren.
Luistervraag·Ik kan de bewegingen van de eerste helft van Bim Bam Biddy uitvoeren.
Vertel: Elke keer als je 'Bim' hoort, klap je in je vingers. Zing het lied: Bim bum bim bum, biddy biddy bum,Biddy bum, biddy biddy bum, bim bum. (2x) Bij 'Bam' knip je met je vingers. Herhaal het liedBij 'Biddy' tik je omstebeurt op je benen. Herhaal het lied.
Reflectie·Ik kan uitleggen waarom ik een ritme en geen beat hoor.
Speel Biddy Bam nog een keer terwijl je in je hoofd zingt. Vraag de leerlingen te luisteren. Horen ze de beat of het ritme? (ritme) Hoe horen ze dat? (Het zijn korte en lange klanken)
Introductie·Ik kan het ritme van een lied opschrijven in stoknotatie.
De leerlingen krijgen per tweetal een wisbordje met daarop vier horizontale strepen (beats)Als je een klank hoort schrijf je een streep, bij twee twee strepen verbonden met een dakje.De docent voert het ritme uit terwijl ze de maat stampt. De leerlingen noteren per beat of er een of twee klanken klinken.Bekijk wat de leerlingen hebben opgeschreven, voer de ritmes uit in ritmetaal. Kloppen ze?
Spel·Ik kan een ritme en de beat tegelijkertijd uitvoeren.
Klap samen met de klas het ritme van (een deel van een) lied, terwijl ze het in hun hoofd zingen.Verdeel de klas in twee groepen. Een groep stampt de beat, de andere klapt het ritme. Wissel om.Laat nu alle leerlingen de beat stampen terwijl ze het ritme klappen.
Introductie·Ik kan mijn stem hoog en laag omhoog en omlaag bewegen op teken van de dirigent.
Maak allerlei paardengeluiden: briesen (lip tril), snuiven, hinniken. Nodig leerlingen woordeloos uit om mee te doen.Laat je handen als een paard stappen, terwijl je briest. Af en toe springt het paard omhoog, laat je stem in een glissando (tijdens de bries) meebewegen.Vertel: Ik ken een lied over een Pony, met een hele gekke naam. Moet je eens horen: I have a little pony,His name is Macaroni,He trots and trots and then he STOPS!Macaroni Pony!
Luistervraag·Ik kan bewegen op de beat, zelfs als het tempo verandert.
Bespreek. Hoe bewegen Ponys? (Ze stappen, draven, galopperen, soms staan ze stil). Laat een leerling telkens voordoen hoe stappen, draven, galopperen en stil staan er uit ziet. Onderzoek: Kan je stappen met je vingers? Draven? Galopperen? Stil staan? Tik evt mee op de trommel.Als je goed luistert, hoor je de pony op verschillende manieren bewegen in het lied. Laat maar zien met je vingers.Zing het lied en bespreek de bewegingen ('stappen' in het eerste gedeelte, 'stil staan' bij 'stops', 'draven' bij de laatste zin)Hoe hoor je dat de stap verandert? (De muziek stopt, het tempo verandert, de beat gaat sneller)
Spel·Ik kan een ritme en de beat tegelijkertijd uitvoeren.
Klap samen met de klas het ritme van (een deel van een) lied, terwijl ze het in hun hoofd zingen.Verdeel de klas in twee groepen. Een groep stampt de beat, de andere klapt het ritme. Wissel om.Laat nu alle leerlingen de beat stampen terwijl ze het ritme klappen.