De leerlingen stappen op hun plek met de muziek, met hun ogen dicht.Zometeen stopt de muziek, blijf in hetzelfde tempo doorstappen.Stop de leerlingen na een paar tellen. Wat viel op? Hoe komt het dat we bijna tegelijk liepen? Leg uit: Dat komt door de hartslag van de muziek.Herhaal de oefening op een ander nummer. Opdracht: Zoek de hartslag. Na een tijdje stop ik de muziek en kijken we weer of jullie allemaal tegelijk stappen.Leg uit: Wist je dat alle muziek een hartslag heeft?Herhaal de oefening op een bekend lied. De leerlingen zingen terwijl ze op de hartslag lopen.
Op de grond liggen vier blaadjes: elk blaadje is één hartslag. De klas stapt samen op de hartslag. Onder elk blaadje kan een verassing liggen: één voetstap → 1 klap (kwartnoot)geen voetstappen → stilte (niet klappen) Samen vormen de vier blaadjes een safariritme. Blijf de puls lopen. Voer samen het ritme uit terwijl je stapt.Probeer het ritme twee keer achter elkaar. De leerlingen maken in groepjes hun eigen ritmes en voeren ze uit terwijl ze de hartslag stappen. De klas stapt de hartslag mee.
Start de playlist, loop rustig op de puls. nodig leerlingen uit om te gaan staan met een gebaar, steek een duim op naar leerlingen die meedoen. Uiteindelijk zal iedereen automatisch meedoen.Check: loopt iedereen ongeveer tegelijk? Verander de bewegingen van stappen naar klappen, tikken, etc.
Herhaal: Alle muziek heeft een hartslag!Alle leerlingen lopen (op hun plek) op de hartslag van de muziek. Loop (op de puls) naar een leerling precies op de hartslag loopt, tik deze leerling zachtjes aan en loop terug naar je plek. Die leerling mag weer lopen en een klasgenoot aantikken die ook precies op de hartslag loopt.