Zing het lied en doe de dans:(Deel A)Haida haida haida haidididaida - stap naar links, kruis rechts over (2x)Haida! *klap* Haida haida. - stap naar links, klap, stamp stamp stampHaida haida haida haidididaida - stap naar rechts, kruis links over (2x)Haida! *klap* Haida haida. - stap naar rechts, klap stamp stamp stamp.(Deel B)Haida, haidididaida - vier stappen naar vorenHaida! *klap* Haida haida. - stap, klap, drie snelle stappen naar achterenHaida, haidididaida - vier stappen naar vorenHaida! *klap* Haida haida. - stap, klap, drie snelle stappen naar achterenHerhaal het lied en dans steeds sneller. Nodig de leerlingen uit om mee te zingen.
Zing het lied voor terwijl de leerlingen in stilte luisteren.Stel daarna de vragen: Waar denk je dat dit lied vandaan komt? en Wanneer zou dit lied gezongen worden? (bijvoorbeeld bij feesten, als slaapliedje, tijdens het werk).Laat de leerlingen hun ideeën kort bespreken in tweetallen.Vraag vervolgens enkele tweetallen om hun antwoorden te delen met de groep.Zing het lied opnieuw en laat de leerlingen op het juistemoment meeklappen